De Kunstenaar

De kunst puur, zonder vertroebelende zaken als engagement, tijdsdocumentatie, positieve of negatieve inbreng eromheen, de kunst sereen, met haar wetmatigheid, in zichzelf onverschillig juist als de natuur, maar juist als de natuur ook onverstoorbaar creatief, dat is wat Willem Hofhuizen als zijn opgave zag.

 Paul Haimon (dichter-schrijver, 1913-1996)

 

Willem Hofhuizen liet zich niet onberoerd door filosofen als Plato, Nietzsche, Heidegger en vele anderen. Uiteindelijk leidde dit tot eigen filosofische inzichten. "De opvatting, dat virtuositeit ten koste gaat van intensiteit, overtuiging of zeggingskracht, lijkt mij een misverstand dat vooral veel voorkomt bij die sombere en rechtzinnige lieden, die hun heil schijnen te zoeken in een wat onbeholpen expressionisme of een verbeten engagement" aldus Hofhuizen. Hij vervolgt, "Het zijn zij, die elke traditie of conventie verwerpen en aanhollen achter de geest van de tijd en die zij, eindelijk buiten adem gekomen, dan maar wat staan na te wuiven".

Van expressionist tot renaissancist.

De eerste leermeesters van Hofhuizen, op de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten te Amsterdam, waren Johannes Hendricus Jurres (1875-1946), een virtuoos en beleefde heer die op straat zijn hoed voor je afnam en Heinrich Campendonk (1889-1957) een melancholieke maar progressieve Duitser die een hekel had aan olieverf en een voorliefde voor grote monumentale werken.

Jurres

Campendonk

Hofhuizen begon zijn opleiding bij professor Jurres, maar kreeg na enige tijd het gevoel vast te lopen in het "massale" en traditionele vormgeven. Hij wilde meer transparantie en vroeg voor overplaatsing naar professor  Campendonk. Deze leerde hem de expressionistische technieken en gedachten. Immers Campendonk, lid van de "Blaue Reiter", was zelf een erkend expressionist. Er was nog een reden om naar Campendonk te gaan. Juist ook Campendonk had dezelfde voorliefde als Hofhuizen voor monumentale werken. Overigens was dit de aanleiding voor Hofhuizen om naar het "katholieke" zuiden af te zakken, aannemende dat daar de behoefte aan monumentale kunst groter zou zijn. Maar dit terzijde.  Zowel Hofhuizen als Campendonk leden onder het feit dat er in de naoorlogse periode weinig vraag was naar monumentale kunst en moesten hun toevlucht zoeken in kleinere werken. De een olieverf en de ander grafiek. De jonge doeken van Hofhuizen zijn onmiskenbaar expressionistisch van aard, maar later in zijn leven verfijnde zijn penseelstreek, ze werd gevoeliger en, waar hij zo van hield, transparanter, de richting en vorm verzachtte maar bleef onmiskenbaar Hofhuizen. Zo zien wij Hofhuizen in stijl overgaan van expressionisme naar een soort eigen renaissancisme. Bijvoorbeeld  het werk "Vrij naar Rubens" in 1974 is op zijn zachtst gezegd toch renaissance, zoniet barok ? Kwam derhalve Jurres terug in de geest van Hofhuizen ?

Van dionysisch tot apollinisch

In "Die Geburt der Tragödie" ontwikkelde Nietzsche de theorie van een absolute tweespalt in de esthetische beleving, waarbij hij een onderscheid maakte tussen een apollinisch en een dionysisch aspect, een wereld van de geest, orde, regelmaat en gepolijstheid en één van de roes, chaos, het uit je dak gaan. Het apollinische vertegenwoordigde het "rationeel geconcipieerde" ideaal, terwijl het dionysische stond voor de "eigenlijke artistieke conceptie", voortkomend uit het onderbewuste van de mens. De parallel met de Griekse godenwereld gaf tevens de verhouding tussen deze twee uitersten aan, twee godenzonen, onverenigbaar en onscheidbaar. Volgens Nietzsche zijn beide elementen in meer of mindere mate in een kunstwerk vertegenwoordigd. De basiskenmerken van het expressionisme zijn dionysisch, felle kleuren, grillige beelden, slordig geschilderd, plat vlak, geen perspectief en er wordt meer geschilderd vanuit het gevoel (het kind) dan vanuit de ratio (de volwassene). In de werken van Hofhuizen zien wij een geleidelijke verschuiving van het dionysische naar het apollinische. Tenslotte noemde hij zichzelf dan ook een "apollinisch schilder",  zichtbaar door zijn veranderende techniek (kleur en ronding) maar met behoud van het platte vlak.

Campigli

Na Campendonk zijn er nog veel kunstenaars geweest die hem beďnvloed hebben, zoals Cézanne, Modigliani, Chagall, Matisse, Tiepolo (Giovanni Batista), Guardi (Gianantonio), El Greco en Rubens. Maar bovenal heeft hij zich laten beďnvloeden door Massimo Campigli 1895-1971.

Campigli zelf stond onder invloed van Etrusken en Minoërs. Zo ook Hofhuizen. In de basis blijft de invloed van Campigli herkenbaar. Pas later, na een bezoek aan een tentoonstelling over achttiende eeuwse renaissancisten  in Parijs, kwamen de invloeden van Tiepolo en Guardi. De composities van Hofhuizen veranderden en zijn werken kregen meer kleur. Hij ontwikkelde hiervoor een speciale eigen techniek en werd dan ook gezien als een ware meester in het toepassen van kleuren.

Zijn techniek

Hofhuizen moet menig restaurateur tot wanhoop gebracht hebben. Echter met één uitzondering. Dat was Peter Driessen. Die stond al op jonge leeftijd met zijn neus op de doeken van Hofhuizen terwijl die op latere leeftijd met een dionysische grijns op zijn gezicht deze apollinisch aan het vervaardigen was. Allereerst werd op doek de voorstelling in tempera opgezet over een tekening van houtskool, waarna een vernislaag, bestaande uit een mengsel van gebrande sienna en smaragdgroene olieverf aangelengd met damar en venetiaanse terpentijn, werd aangebracht. De eerste glacis. Over deze laag werden de lichte en donkere delen met meer of minder witte tempera opgehaald. Opnieuw een glacis, de tweede. Nu kwamen de kleuren in olieverf en daarna soms nóg eens getoucheerd met witte tempera. Die delen die bewerkt waren met de fragiele tempera kregen ook hier weer een bescherming van het mengsel en olieverf in dezelfde kleur als die, welke overbleef na de vooraf opgebouwde lagen. De derde glacis. Uiteindelijk mocht het schilderij zich soms verheugen op een summier vernisje, maar meestal lokaal, om de dynamiek in de diverse opgebrachte kleuren alleen maar te versterken.

De apollinisch expressionist

Het expressionisme in de 20e eeuw is in feite een dionysische kunstvorm en van Duitse origine, waarbij enkele belangrijke en traditionele kunstregels werden afgewezen ten gunste van het oergevoel, het primitieve (van het kind), etcetera. In de traditie ging het meer om de innerlijke visie van de kunstenaar op zijn omgeving weergegeven volgens bepaalde regels , zoals bijvoorbeeld de "diagonaal" en de "gulden regel". Opvallend is dat de expressionisten geestverwanten hadden in oude meesters als Matthias Grünewald (15e-16e eeuw) en El Greco (16e-17e eeuw), terwijl deze schilders wel degelijk onderhevig waren aan een schilderstraditie. Inderdaad, schilders ook met een sterk oergevoel en zeker ook van invloed op Hofhuizen. In de 20e eeuw ontstond tevens de Franse tegenhanger van het expressionisme, de "fauvisten", wier inspiratiebron bij van Gogh lag. Een soortgelijke ontwikkeling maar dan meer uitgaande van het primitieve van de wilde, maar zonder meer dionysisch van aard. We denken aan Matisse, Dufy, Raoult en de Vlaminck. In 1948 zochten een groep expressionisten en fauvisten elkaar op en stichtten de "Cobra", waar ook Hofhuizen een uitnodiging voor had. Wellicht was het de ligging van Maastricht, of het "moeilijke" karakter van Hofhuizen, of het voorzien van zijn "Paris oordeel" en "Tafelgesprek" dat ertoe geleid heeft dat Hofhuizen zijn eigen gang is gegaan en niet meer door zijn tijdsgenoten werd gevolgd. Hofhuizen heeft zich gehouden aan het dionysische, maar werd o zo verliefd op de apollinische schoonheid en wilde het "onderbewuste" uitschakelen. Hij bleef sensueel, gelovig en niet geëngageerd. Hij werd een  "apollinisch expressionist" en verenigde de twee oerkrachten van twee godenzonen in een en hetzelfde werk. Ofwel, in de woorden van Paul Haimon,

 

De kunst puur, zonder vertroebelende zaken als engagement, tijdsdocumentatie, positieve of negatieve inbreng eromheen, de kunst sereen, met haar wetmatigheid, in zichzelf onverschillig juist als de natuur, maar juist als de natuur ook onverstoorbaar creatief..

 

Willem Hofhuizen

L'Espoir, olie op doek 100x120, 1971