De tekenaar

Tekenen was voor Willem Hofhuizen een levensbehoefte. Daar waar hij de kans kreeg pakte hij zijn speciale vulpen en begon in vloeiende lijnen, slechts op die plaats onderbroken waarvan hij wist dat er later een andere lijn zou komen. De sport was om zolang mogelijk een en dezelfde lijn vast te houden, "niet stoppen" was zijn devies.

Met het tekenen ontstonden de oervormen van zijn werk. Hierin probeerde hij zijn motieven uit. Juist met die vloeiende lijn en in opperste concentratie zocht hij naar die ultieme uitbeelding, welke dan later model zou staan voor de uiteindelijke afbeelding.

Zo ontstond het afscheid van het "ware" expressionisme. In zijn woorden "Hoewel ik het onderbewuste bij het uitbeelden van een motief soms toelaat, probeer ik dit zoveel mogelijk uit te schakelen. Juist met geduld en bezinning teken ik het motief, een motief dat slechts aanleiding is om te kunnen schilderen".

Door de veelheid aan onderwerpen en stijlperioden is Willem Hofhuizen een lastig te plaatsen kunstenaar. Alles had zijn aandacht, of zoals Cézanne zei, "Zie het motief, welnu schilder het motief". En dan niet het motief ingegeven door geëngageerdheid, maar puur omdat het door zijn schoonheid of intrige de moeite waard was om uit te beelden. Steeds weer in een andere stijl, de ene keer lijkt het Chagall, de volgende keer Matisse, dan weer Picasso, El Greco, Rubens, Tiepolo, Guardi en uiteindelijk Campigli, maar steeds weer herkenbaar als het werk van hem, zoals ook gold voor het werk van Massimo Campigli. Men zou kunnen zeggen, door de tekeningen van Willem Hofhuizen krijgt men overzicht. Het tekenen was de grammatica en het schilderen werd het idioom. Het resultaat was bedoeld als pure schoonheid, archaïs, zoals in "Les folies Maestrichtoises"